Dit is een lastige vraag omdat we dit niet goed weten. Antidepressiva halveren het risico op een nieuwe depressie. Als je depressie (bijna) weg is na het slikken van het antidepressivum, dan is het verstandig om het minimaal 6 maanden te blijven slikken. Als je vaker een depressie hebt gehad kun je beter minimaal een jaar blijven slikken. Bij angst is deze termijn één jaar en bij dwang vaak enige jaren. Soms is het zinvol om het antidepressivum langer te slikken. Bijvoorbeeld als de klachten ernstig waren, of als je vaker last hebt gehad van depressie, angst of dwang. Soms kun je samen met je arts besluiten om helemaal niet te stoppen met antidepressiva. Bijvoorbeeld als je al eerder een keer gestopt bent en als de klachten toen weer terugkwamen. Of als de klachten ook in de familie voorkomen.

Als antidepressiva niet werken, dan is het logisch om eerder te wisselen of om te stoppen. Bouw altijd geleidelijk af en in nauw overleg met je arts. De voordelen van een antidepressivum (minder risico op een depressie, angst en dwang) moeten opwegen tegen de nadelen (het slikken van een pil, en de bijwerkingen).

Dat verschilt per antidepressivum. Meestal slik je de dosering in één keer. De meeste mensen doen dat bij SSRI’s in de ochtend. Als je slaperig wordt van je antidepressivum kun je het beter voor het slapen gaan innemen. Als je veel last hebt van maagklachten, kun je kijken of dit minder wordt als je het medicijn tijdens de maaltijd slikt, of inneemt met melk of een melkproduct. 

De dosering is per persoon anders. Tegen depressie en angst zijn gemiddelde doseringen meestal goed. Voor dwang  liggen de doseringen vaak hoger, tegen de maximale dosering aan. Een goede dosering is altijd de minimale dosering die een goed effect heeft en niet al te veel bijwerkingen. De dosering is soms gebaseerd op de hoeveelheid medicijn in het bloed (de bloedspiegel). Daarvoor moet je bloed laten prikken.

We hebben een lijst met tien tips voor het afbouwen van antidepressiva. Beloof ons dit: stop nooit zonder overleg met je arts!

Tip 1: zet de voor en nadelen op een rijtje

Als je een antidepressivum slikt, moeten de voordelen groter zijn dan de nadelen. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen. Bespreek ze met je arts!

  • Waarom denk je na over het stoppen met antidepressiva?
  • Waarom gebruik je antidepressiva?
  • Hoe goed hebben de antidepressiva jou geholpen?
  • Heb je (veel) last van bijwerkingen?
  • Heb je al eens eerder geprobeerd te stoppen met antidepressiva?
  • Wat zijn andere voor- en nadelen voor jou?

Tip 2: praat erover met je omgeving

Het is niet altijd makkelijk om met anderen te praten over antidepressiva. Toch is het belangrijk. Mensen die dichtbij je staan weten heel goed hoe het met je ging zonder pillen. En hoe het nu gaat mét. Probeer dus duidelijk te krijgen wat je partner, kinderen, familie en vrienden ervan vinden: zouden die ook willen dat je gaat afbouwen? Vraag ze ook waarom ze dat zouden willen. Of je nu stopt of doorgaat met antidepressiva: je hebt hun steun nodig.

Tip 3: weet feiten en fabels van elkaar te onderscheiden

Zorg dat je goed weet hoe antidepressiva werken en wat de voor- en nadelen ervan zijn. Stel al je vragen aan je arts. Informeer bij patiëntenverenigingen, bijvoorbeeld de depressie vereniging (https://depressievereniging.nl/ ) of de Angst-, Dwang en Fobiestichting ( https://adfstichting.nl/ ). Onthoud: er zijn veel goede redenen om te stoppen met antidepressiva, maar ook veel goede redenen om antidepressiva wél te gebruiken.

Tip 4: stop met antidepressiva om de goede redenen

Veel gebruikers van antidepressiva kennen het gevoel dat af en toe de kop opsteekt: waarom kan ik het niet zelf? Ben ik een slapjanus omdat ik antidepressiva gebruik? Maar iedereen die worstelt met angst, dwang of depressie, weet hoe zwaar dat is. En dat het vaak een lange zoektocht is om een behandeling te vinden die werkt. Stoppen door het taboe op antidepressiva, of omdat het slikken van antidepressiva de ‘makkelijkste oplossing’ zou zijn, is dom. Alleen als voor jou de nadelen groter zijn dan de voordelen, dán heb je een goede reden om te stoppen.

Tip 5: weet wat je kan verwachten

Als je wil stoppen moet je daarover altijd met je arts overleggen. De arts moet je vertellen wat je kunt verwachten. Stoppen kan onttrekkingsverschijnselen geven, al is dat lang niet altijd zo. De schattingen lopen sterk uiteen, maar ongeveer tussen 20-40% van de mensen krijgt onttrekkingsklachten. Dat is niet omdat antidepressiva verslavend zijn, maar omdat je lichaam aan de nieuwe situatie moet wennen. Over het algemeen geldt: hoe sneller je afbouwt, hoe ernstiger de onttrekkingsklachten. In één keer stoppen is dan ook bijna altijd een slecht plan (zie tip 8). Ook heb je meer kans op onttrekkingsklachten als je het antidepressivum voor langere tijd hebt gebruikt (meer dan een aantal maanden) of als je angstklachten ernstig waren. 

Tip 6: kies het goede moment

Het is niet verstandig om met antidepressiva te stoppen in een stressvolle periode, dus als er weinig stabiliteit is in je leven. Denk bijvoorbeeld aan een verhuizing, relatieproblemen, stress op het werk, of grote financiële zorgen. Probeer dan eerst in rustiger vaarwater te komen voordat je aan afbouwen begint. Ook is het niet verstandig om af te bouwen als je nog veel last van klachten hebt. Stoppen kan dan je klachten verergeren. 

Tip 7: maak een goed afbouwplan

Maak in overleg met je omgeving en je arts een afbouwplan. Zo’n plan is persoonlijk – voor de een zijn andere dingen belangrijk dan voor de ander. In een afbouwplan spreek je af hoe lang je over het afbouwen doet en in welke stappen je de dosering vermindert. Neem daar de tijd voor (zie tip 8). Bespreek vóór je met afbouwen begint met je arts wat je doet als de klachten toch weer terugkomen. Ook dat is onderdeel van je afbouwplan. Je kan ook een terugvalpreventieplan maken waarin vroege symptomen van jouw aandoening worden beschreven om je te helpen snel aan de bel te trekken bij klachten.

Tip 8: neem de tijd en bouw langzaam af

Neem genoeg tijd voor het afbouwen van antidepressiva. Hoewel het veel mensen lukt om antidepressiva af te bouwen in ongeveer vier weken, mag het gerust langer duren. Sterker nog: als je lange tijd antidepressiva hebt gebruikt, een hoge dosering gebruikt, of veel angstklachten had, dan is dat zelfs heel verstandig. De kans op succes is dan groter, dus waarom zou je je haasten? 

Tip 9: druppels of taperingstrips kunnen helpen

De meeste gebruikers lukt het om met een goed afbouwplan en duidelijke afspraken te stoppen met antidepressiva. Toch zijn er ook mensen voor wie het erg lastig is om te stoppen. Als je veel last hebt van onttrekkingsverschijnselen kan afbouwen met pillen lastig zijn. Gelukkig zijn veel antidepressiva ook in druppelvorm beschikbaar. Daarmee kun je in veel kleinere stappen afbouwen dan met pillen. Voor sommige antidepressiva zijn zogenaamde taperingstrips beschikbaar waarmee je pillen in kleinere doseringen krijgt.

Tip 10: probeer niet ten koste van alles te stoppen.

Hopelijk weet je door de tips hierboven nu meer over het stoppen met antidepressiva. Helaas weten we niet wie wel en wie niet veel onttrekkingsklachten krijgt. En we weten ook niet wie veel kans heeft dat depressie, angst of dwang terugkomen na het stoppen. Let op: stoppen met antidepressiva is geen doel op zich. Als het niet lukt, of als een antidepressivum je leven waardevoller maakt, dan kun je natuurlijk ook besluiten om het gewoon te blijven gebruiken. We hebben geen reden om aan te nemen dat langdurig gebruik schadelijk is.

Nogmaals: nooit gaan afbouwen zonder eerst te overleggen met je arts!!

Welk antidepressivum het best werkt verschilt per persoon. Meestal werken antidepressiva goed. Er zijn wel verschillen tussen de verschillende antidepressiva, maar die zijn klein. Elk antidepressivum heeft een eigen profiel en werkt net iets anders. Maar welk antidepressivum werkt bij wie, kan niemand voorspellen. Je kunt daarom ook niet zeggen welk antidepressivum ‘het beste’ werkt. 

Bij depressie kunnen hardlopen, yoga en mindfulness nuttig zijn. Maar regelmatig werkt dat niet genoeg en heb je extra hulp nodig. Dan is het goed om andere mogelijkheden te bekijken: psychotherapie of  het slikken van antidepressiva. Of allebei. 

Bij angst en dwang weten we niet goed of het nuttig is, maar yoga of mindfulness lijken niet schadelijk.

Het korte antwoord is: ja. Maar dat betekent niet ze ook altijd bij lichte depressies voorgeschreven moeten worden. Lichte klachten kunnen vanzelf over gaan. Ook zijn er behandelingen die minder ingrijpend zijn dan het slikken van antidepressiva. Denk aan meer bewegen (hardlopen), ondersteunende gesprekken en een goed dag-en-nachtritme. Vaak helpt dit soort maatregelen al goed. Het is dus niet nodig om bij een lichte depressie direct antidepressiva te slikken. Toch is er ook een andere kant. Soms zijn er ook bij een lichte depressie goede redenen om een antidepressivum te slikken. Bijvoorbeeld als je al vaker een depressie hebt gehad of als andere behandelingen niet genoeg hebben geholpen. En we weten dat antidepressiva effectief zijn bij een vorm van chronische (lichte) depressie (dysthymie). Dat zijn depressieve klachten die minder ernstig zijn, maar wel langer dan twee jaar duren. Voor angst en dwang krijg je bij lichte klachten geen antidepressiva maar psychotherapie.

Ook als je door teveel stress of heftige gebeurtenissen last krijgt van depressie, angst of dwang, kan een antidepressivum helpen. Natuurlijk moet je ook iets aan de oorzaken van de klachten doen als je die weet, maar dat betekent niet dat een antidepressivum minder goed werkt.

Antidepressiva worden ook bij een bipolaire stoornis (manisch-depressiviteit) gebruikt. Vooral als iemand last heeft van een bipolaire depressie. Bij zo’n depressie werken antidepressiva helaas minder goed dan bij een ‘normale’ depressie. 

Antidepressiva kunnen soms bij mensen met een bipolaire stoornis zorgen voor ontremming en een verhoogde stemming (een manie). Daarom mogen patiënten met een bipolaire stoornis antidepressiva alleen gebruiken als ze ook een stemmingsstabilisator slikken. Een stemmingsstabilisator is een ander type medicijn en zorgt ervoor dat je stemming stabiliseert. Als je een manie krijgt bij het slikken een antidepressivum, dan moet je zo snel mogelijk stoppen met het antidepressivum.

Ja, dat kan. Antidepressiva halveren de kans op een nieuwe depressie of op een terugkeer van angst of dwang. Als je bijvoorbeeld zonder antidepressiva 20% kans zou hebben op een nieuwe depressie, dan wordt dit een kans van 10% als je een antidepressivum slikt. Of de voordelen van lange tijd slikken groter zijn dan de nadelen, hangt van je persoonlijke situatie af. Heb je last van zware en vaak terugkomende depressies of angst? En hebben antidepressiva daar goed bij geholpen? Dan is het best logisch om antidepressiva ook te blijven gebruiken als de klachten verdwenen zijn.

Als iemand pillen nodig heeft om zich niet meer somber of angstig te voelen, dan wordt dat nog vaak gezien als karakterzwakte. Sommige mensen vinden dat je ‘op eigen kracht’ geestelijk gezond moet blijven. Zij zijn daarom fel tegen het slikken van antidepressiva. Als het gaat over medicijnen tegen hart- en vaatziekten of kanker zijn mensen veel minder fel. Toch zijn depressie, angst of dwang ook gewoon een ziekte. We moeten met z’n allen ons best doen om het stigma op antidepressiva, depressie en psychiatrische ziekten in het algemeen te verminderen! Je kunt niet voor een ander beslissen of antidepressiva wel of niet nuttig zijn. Er kunnen goede redenen zijn om geen antidepressiva te gebruiken. Ze werken namelijk lang niet altijd en hebben soms vervelende bijwerkingen. Maar er zijn ook goede redenen om ze wel te gebruiken. Ze werken heel vaak wél en leven zonder depressie, angst of dwang is een stuk fijner.

Zorgverzekeraars willen dat zorg betaalbaar blijft, terwijl de kwaliteit gelijk blijft. Dit doen ze bijvoorbeeld door van een flink aantal medicijnen alleen de goedkopere variant te betalen. Dit heet het ‘preferentiebeleid’. Je kan daardoor soms van de apotheek medicijnen krijgen die in een ander doosje zitten dan je gewend bent. Ook het medicijn zelf kan een andere vorm en kleur hebben. Maar de werkzame stof en de sterkte ervan zijn precies hetzelfde als van het medicijn dat je al gebruikt. De apotheek voert hiermee het beleid van de zorgverzekeraar uit. Ben je het daar niet mee eens, dan kun je een klacht indienen bij je zorgverzekeraar.

Slik je zelf antidepressiva of denk je erover om ze gaan slikken, overleg dan eerst met je arts. Een second opinion voor een persoonlijk advies over antidepressiva is altijd mogelijk. Er zijn verschillende GGZ instellingen en academische ziekenhuizen waar dat kan.